De transferbedragen die afgelopen voetbaljaar betaald werden zijn verder gedaald, zo is gebleken uit cijfers van het Global Transfer Report van de FIFA. Het aantal internationale transfers nam daarentegen weer toe en zit bijna weer op het niveau van voor de coronacrisis.

Uit de gedetailleerde gegevens van het Transfer Matching System (TMS) blijkt dat er in het vorige kalenderjaar 18.068 internationale transfers geregistreerd werden, een stijging van 5,1 procent in vergelijking met 2020 (17.190).

In dat jaar kwamen heel wat competities weken- of zelfs maandenlang stil te liggen door de uitbraak van COVID-19. Het aantal van 2021 benadert zelfs het record van 2019, toen er 18.080 internationale transfers gerealiseerd werden.

De impact van de coronapandemie op de transferbedragen is nog steeds duidelijk zichtbaar. In totaal werd er voor 4,2 miljard euro aan transfers uitgegeven, een daling van 13,6 procent in vergelijking met 2020 (4,91 miljard euro) en een daling van liefst 33,8 procent in vergelijking met het recordjaar 2019 (6,41 miljard euro). Het gaat om het laagste bedrag in de afgelopen vijf jaar.

Bij twee derde van de transfers hoefde er dan ook geen vergoeding betaald te worden, omdat het om een transfervrije speler ging. Slechts in 11,4 procent van de gevallen vond er een financiële transactie tussen clubs plaats. In de overige gevallen ging het om huurverbintenissen.

De grootste transfer die vorig jaar gerealiseerd werd, was die van Romelu Lukaku. De Belg verhuisde vorige zomer voor 115 miljoen euro van Internazionale naar Chelsea. In de Eredivisie werd voor Donyell Malen het meest betaald. Hij vertrok voor 30 miljoen euro van PSV naar Borussia Dortmund.