Ruimtevaartbedrijf SpaceX heeft donderdag een minisatelliet van de TU Delft naar de ruimte gebracht. De satelliet was een van de 105 kleine satellieten die aan boord van een Falcon 9-raket werden gelanceerd.

De Delftse satelliet heet DelfiPQ en is volgens de makers een van de kleinste satellieten ter wereld, met afmetingen van 5 bij 5 bij 18 centimeter. De kunstmaan moet gaan aantonen dat technologie op zo'n kleine schaal ook in de ruimte kan functioneren.

Volgens onderzoeker Sevket Uludag zijn alle systemen aan boord, zoals antennes, hoogtemeters en energievoorziening, kleiner dan bij een normale satelliet. "We hebben daarom ook alles zelf moeten maken: van printplaatjes tot het micropropulsiesysteem, en van reflectoren tot het communicatiesysteem."

Niet alleen moet worden onderzocht of de satelliet inderdaad goed werkt, ook wordt bekeken of zo'n kleine satelliet vanaf de aarde te onderscheiden is van een stukje ruimtepuin.

Volgens de TU Delft is het voordeel van minisatellieten ten opzichte van traditionele satellieten dat ze samen in een zwerm metingen kunnen verrichten, waar grote kunstmanen niet toe in staat zijn. "Zo'n zwerm is ideaal voor aardobservatie, onder meer om klimaatverandering in kaart te brengen", zegt Stefano Speretta, universitair docent Space Systems Engineering. De minisatellieten zouden in de toekomst ook gebruikt kunnen worden om draadloze breedbandverbindingen op te zetten.

DelfiPQ is de derde satelliet die TU Delft naar de ruimte brengt. In 2008 werd de eerste gelanceerd: DelfiC3. In 2013 volgde DelfiN3xt. "Of DelfiPQ ook tot leven komt in de ruimte is spannender dan bij de andere twee", zegt universitair docent en projectleider Allessandra Menicucci. "De kans is acht keer kleiner dan bij zijn broers. En die waren al niet groter dan een melkpak."