Wie een koophuis heeft, betaalt dit jaar 2,9 procent meer aan gemeentebelastingen dan afgelopen jaar. Zowel de onroe­ren­de­zaak­be­las­ting (ozb) als de afvalstoffen- en rioolheffing gaan omhoog. Voor huurders blijft de stijging beperkt tot 1,5 procent. Dat blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG).

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden (COELO) van de Groningse universiteit keek naar de belastingen voor huurders en huiseigenaren in de veertig grootste gemeenten van ons land. In die gemeenten woont 42 procent van de Nederlanders.

Huiseigenaren krijgen dus de grootste stijging voor de kiezen. Vooral de ozb gaat omhoog: gemiddeld 3,5 procent. Aan rioolheffing betalen ze gemiddeld 3,2 procent meer, de afvalstoffenheffing stijgt 2,1 procent. Gemiddeld betalen meerpersoonshuishoudens met een koopwoning dit jaar 876 euro aan gemeentebelastingen. Dat is 25 euro meer dan vorig jaar.

Van de veertig onderzochte gemeenten is Leiden de duurste. Daar betalen woningeigenaren gemiddeld 1.162 euro. Tilburg is de goedkoopste gemeente, met 687 euro.

Vorige maand bleek uit een rondgang van de Vereniging Eigen Huis (VEH) ook al dat de gemeentebelastingen voor huiseigenaren de hoogte in gingen. De VEH kwam toen uit op een stijging van 2,1 procent, op basis van 106 gemeenten.

De RUG keek ook naar de woonlasten voor huurders. Wie een woning huurt, betaalt gemiddeld 400 euro aan gemeentebelastingen. Dat is 6 euro meer dan vorig jaar. In vijftien van de veertig onderzochte gemeenten gaat het alleen om afvalstoffenheffing. In de overige gemeenten betalen huurders ook rioolheffing.