Cultureel platform MOAM in Amsterdam houdt op te bestaan. Dat heeft het bestuur van de stichting woensdagmiddag in een verklaring aan relaties laten weten, meldt NRC.

MOAM raakte in maart in opspraak na een gezamenlijk onderzoek van Het Parool en NRC naar directeur Martijn N. 146 betrokkenen werden aan het woord gelaten. Ook werden getuigenverklaringen en documenten verzameld zoals gesprekken op WhatsApp en Facebook en een politierapport. 28 mannen beschuldigen de 33-jarige N. van gewelddadig en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Elf van hen waren tijdens het contact met N. minderjarig.

De vermeende slachtoffers spreken over gewelddadige en onveilige seks, aanranding en verkrachting. Sommigen vermoeden gedrogeerd te zijn, waarschijnlijk met GHB. De gebeurtenissen zouden in 2010 zijn begonnen en gedurende een periode van tien jaar hebben plaatsgevonden. In tien gevallen ging het om minderjarigen.

Voor het MOAM-bestuur waren de berichten aanleiding om de directeur op non-actief te zetten en te laten onderzoeken of hij zich in zijn hoedanigheid van directeur ook aan grensoverschrijdend gedrag schuldig had gemaakt.

Volgens het forensisch onderzoeksbureau Integis uit Haarlem, dat (oud-)betrokkenen bij de stichting vervolgens interviewde, was er sprake van een "onveilige werkomgeving". Dit was voor het bestuur aanleiding om de samenwerking met N. definitief te verbreken. Eerder kwam het al tot de conclusie dat er weinig toekomst in de stichting zat nadat instellingen en sponsors zich hadden teruggetrokken vanwege het nieuws.

N. organiseerde modeshows onder de naam MOAM Collective (foto), waarvoor hij jong talent koppelde aan gevestigde ontwerpers.