Na een jarenlange daling van het aantal Amsterdamse minimahuishoudens, houdt de gemeente rekening met een forse stijging van de armoede in de stad. De verwachting is dat het aantal Amsterdamse minima als gevolg van de coronacrisis in 2020 is gestegen van 66.684 minimahuishouden naar bijna 74.000 huishoudens. Een stijging van 11 procent.

Dat blijkt uit de Armoedemonitor 2020 die de gemeente vandaag heeft geopenbaard. De monitor is gebaseerd op inkomenscijfers uit 2019, de situatie voor de coronacrisis. Dat zijn de recentste gegevens die beschikbaar zijn.

In 2019 daalde het aantal minimahuishoudens nog voor het vijfde jaar op rij. Toen behoorde 16 procent van de Amsterdamse huishoudens tot de minima, in piekjaar 2014 was dit nog 19,1 procent. Verwacht wordt dat door de coronacrisis die jarenlange daling teniet is gedaan. In 2014 lag het aantal minimahuishoudens op 73.917, nagenoeg gelijk aan de verwachting van 2020. De inkomenscijfers van 2020 worden komende zomer verwacht.

In 2019 behoorde in Zuidoost bijna een kwart van de huishoudens tot de minima, in Zuid was dat een tiende. "In absolute zin wonen in de stadsdelen West en Nieuw-West de meeste minimahuishoudens. Alleenstaanden vormen de grootste groep binnen de totale groep minimahuishoudens en hun aandeel is de afgelopen jaren toegenomen: van 63 procent in 2011 naar 69 procent in 2019. Verder zien we dat relatief veel ouderen tot de minima behoren (21 procent ten opzichte van 14 procent gemiddeld)", aldus wethouder Marjolein Moorman (Armoede).

Moorman benadrukt dat de coronacrisis veel onzekerheid met zich mee brengt. "Het is daarom belangrijk dat we scherp in de gaten houden hoe de financiële situatie van Amsterdammers zich ontwikkelt en wat dat betekent voor de schuldhulpvraag", aldus Moorman. Het stadsbestuur heeft voor de periode 2019-2022 structureel meer geld beschikbaar gesteld voor de bestrijding van armoede en schulden in de stad.